Twee tips voor voorjaarstrips in de Elzas en Normandië-Bretagne
Wat gaat het worden? Een heerlijke witte wijn op een terras in de Elzas, in zo’n typisch pittoresk stadje met vakwerkhuizen… of een bordje mosselen aan een haven tussen de krijtrotsen van Normandië? Of wie weet, een zestal oesters vers uit de baai van Cancale in Noord-Bretagne? De maand april is een prima tijd om deze plekken te verkennen tijdens eeen korte voorjaarsvakantie.


In de Elzas draait alles om de witte wijn.
Rond dorpen en stadjes is het heerlijk wandelen in de wijngaarden die zich hier aaneenrijgen. Voor wijnliefhebbers is het vroege najaar de mooiste tijd voor een bezoek aan de streek. Dan verzamelen de plukkers overal druiventrossen in hun manden. De bladeren aan de wijnstokken kleuren geel, oranje en rood. En overal in de dorpen ruik je de gistende druiven die uit de persen in de vaten worden geschonken.
Maar even zo goed is het voorjaar ook een prachtige tijd voor een korte vakantie in de Elzas. Want het weer is hier gemiddeld net iets beter dan in de aangrenzende Vogezen en het heuvellandschap erachter. Want de bergruggen van de Vogezen zijn hoog genoeg om het slechte weer tegen te houden.
En zo zullen wij half april alweer wandelen tussen de jonge uitlopers van de wijnstokken in de wijngaarden van Marlenheim en Obernai, en – zuidelijker – in Kaysersberg.
En reken maar dat we na zo’n wandeling een bezoekje brengen aan een wijnboer of een proeflokaal – een Winstub – in Dambach-la-Ville of Kietzheim. Wij kunnen niet wachten.
De Wijngaarden van de Elzas
Die wijngaarden profiteren van een bodem die in de loop van honderden eeuwen een mengsel zijn geworden van klei, zand en de mineraalrijke löss, met lagen van kiezel en gruis. De beste wijn komt van de hellingen met een kalkrijke en mineraalrijke grond, waar de wijnstok erg z’n best moet doen om voedsel te vinden. De oude wijnstokken die hier overleven, produceren doorgaans de mooiste wijnen. We vinden ze bijvoorbeeld bij Riquewihr, Ribeauvillé, Kientzheim en Kaysersberg en niet in de laatste plaats bij Eguisheim. Overigens worden ook in de vlakke gebieden goede wijnen geproduceerd. En verder is ons beste advies om de wijnen te proeven in de Winstubs en in de proeflokalen van plaatselijke wijnboeren.
Normandië en Bretagne: 1800 km kustlijn met mooie havenstadjes, wandelroutes en… overal verse vis!
De kustgebieden van Normandië en Bretagne zijn een eldorado voor liefhebbers van vis en schaal- of schelpdieren. In bijna elke haven die we passeerden wordt dagelijks verse vis aangevoerd. Een paar uur later ligt die bij restaurants in de buurt op het bord. Ook mosselen zijn overal populair. Voor €15 (of minder) krijg je op terrassen een bord mosselen met frites, waar je een hele dag op kunt teren. Om over de oesters nog maar te zwijgen. Vooral in de oesterhoofdstad van Europa, Cancale, is het bijna een doodzonde om te vertrekken zonder op z’n minst een half dozijn oesters te hebben gegeten, als je er van houdt tenminste…
Mosselen eten aan de haven
Op nog geen 500 km van Utrecht zitten we aan de haven van Le Tréport mosseltjes te eten uit een geëmailleerd pannetje. Frietje erbij en een glaasje droge witte wijn. God in Frankrijk… voor nog geen €20 per persoon.
Die mosseltjes heten ‘Moules de Bouchot, klaargemaakt à la Provençale, een pan vol kleine smakelijke mosseltjes, bijna teveel voor een maaltijd. Ze worden geoogst rond de baai van de Somme in het noorden van Frankrijk. Onderweg naar Bretagne lunchen we zo een paar keer op een terras aan zee.
Tussendoor lopen we de extra kilootjes eraf over wandelpaden boven de hoge krijtrotsen, langs baaien en over landtongen. En altijd wacht aan het eind van zo’n wandeling een leuk dorp of een stadje met weer zo’n rustiek haventje. Normandië verveelt nooit!
Aan het einde van Normandië staat de ‘Mont Saint-Michel’. Daar begint de noordkust van Bretagne.
Quelque chose de différent!
De ruige noordkust, zeer populair bij veel vakantiegangers, begint net om de hoek van de baai van Cancale. We hebben er een uitgebreid hoofdstuk aan gewijd in onze gids van Normandië en Bretagne. Maar deze keer blijven we even hangen in oesterstad Cancale. Want tot ongeveer eind april eet je hier de beroemde ‘creuse’ oesters zo vers uit zee. Ook de platte oester, de ‘belon’, waar Yerseke vroeger beroemd om was, is hier een echte huisoester.
Mocht je echt geen oester in de mond willen nemen, dan nog is Cancale een leuke plaats om te bezoeken. Een wandeling over de kades is een bizarre ervaring. Zelden zagen we zoveel restaurants naast elkaar bestaan. In oude pandjes, in grijs of in felle kleuren, en overal is het druk. Maar geen opgefokte drukte, op z’n Frans gezellig! En wil je echt wandelen, dan begint achter de boulevard het Douanierspad. Dit is een van de beroemde lange-afstandspaden die heel Frankrijk doorkruisen. Het Douanierspad is maar liefst 1700 km lang en loopt grotendeels langs de kusten.


